Nascholing Trombocytopenie en trombocytopathie

Op de kleintjes letten

Laboratoriumdiagnostiek van trombocytopenie en trombocytopathie

Tijdens deze nascholing wordt ingegaan op de pathofysiologie van trombocyten, oorzaken van trombocytopenie en trombocytopathie, laboratoriumonderzoek voor screening van de trombocytenfunctie, trombocytenaggregatie, ITP en TTP en interpretatie van testresultaten.

Trombocyten zijn de kleinste cellulaire elementen van het bloed en spelen een essentiële rol in het hemostaseproces. In het cytoplasma van trombocyten bevinden zich diverse soorten granulae, waaronder de α-granulae die o.a. fibrinogeen, von Willebrandfactor, β-tromboglobuline en plaatjesfactor 4 bevatten en de dense granulae met ADP, Ca++-ionen en serotonine.

Bij beschadiging van het endotheel (bloeding) zullen de trombocyten zich hechten aan het collageen van de beschadigde vaatwand (adhesie). Voor de adhesie van trombocyten aan collageen is von Willebrandfactor nodig. Deze factor bindt van één kant aan het collageen en van een andere kant aan de glycoproteïnen GPIb en GPIIb/II op de trombocytenmembraan. Het adhesieproces veroorzaakt activatie van de trombocyten, waarbij o.a. de inhoud van de granulae wordt uitgescheiden (secretie) en andere trombocyten ook geactiveerd raken. Ze gaan aggregeren door binding van fibrinogeen en von Willebrandfactor aan de glycoproteïnen GPIb en GPIIb/IIIa op de trombocyten en zullen een hemostatische 'prop' vormen. Dit proces wordt het primaire hemostasemechanisme genoemd dat ervoor zorgt dat de bloeding stopt. De hemostatische prop wordt gestabiliseerd door het stollingsproces.

Indien er een tekort aan trombocyten is of indien trombocyten abnormaal functioneren, spreekt men van respectievelijk trombocytopenie en trombocytopathie.

Trombocytopathie (erfelijke vorm) wordt gekarakteriseerd door een defect in adhesie, secretie en/of aggregatie. Voorbeelden hiervan zijn het syndroom van Bernard-Soulier, het syndroom van Glanzmann en het storage-pool-defect. Een verworven trombocytopathie wordt door geneesmiddelen geïnduceerd. De bekendste remmer van de trombocytenfunctie is acetylsalicylzuur. De ziekte van Von Willebrand berust op een kwalitatief of kwantitatief defect van de von Willebrandfactor. De aandoening kan erfelijk of verworven zijn. Verslechterde adhesie van trombocyten aan de beschadigde vaatwand is het gevolg.

Er kan sprake zijn van een trombocytopathie bij een combinatie van een verlengde bloedingstijd met een normaal aantal trombocyten of bij een discrepantie tussen het aantal trombocyten en de mate van verlenging van de bloedingstijd. Voor de definitieve vaststelling van een trombocytopathie is nader onderzoek van de trombocytenfunctie nodig.

Trombocytopenie kan optreden bij een verminderde aanmaak van trombocyten als gevolg van toegenomen verbruik of door sequestratie van trombocyten in de milt.
Ing. M. Schoorl, hoofd expertise, Medisch Centrum Alkmaar

ITP en TTP

Immuungemedieerde trombocytopenische purpura (ITP) en trombotische trombocytopenische purpura (TTP) kenmerken zich door een laag trombocytengetal. Beide aandoeningen behoren tot de auto-immuunziektes. De pathogenese, klinische verschijnselen en behandeling zijn echter totaal verschillend. ITP en TTP zijn twee verschillende ziektes.

ITP kenmerkt zich door een geïsoleerde trombopenie (met of zonder bloedingen) bij een overigens gezonde patiënt zonder medicatie. De incidentie is ongeveer 50 patiënten op 1 miljoen. Klinische kenmerken zijn petechiën, purpura, slijmvliesbloedingen en nabloeden uit wondjes. Meestal zijn deze klinische verschijnselen pas aanwezig bij een trombocytengetal <30x109/l. Andere oorzaken voor trombocytopenie moeten eerst worden uitgesloten om tot de diagnose ITP te komen. De behandeling van acute ITP bestaat uit hoge doses steroïden. ITP heeft een sterke neiging om te recidiveren (chronische ITP). Voor chronische ITP is een aantal nieuwe geneesmiddelen beschikbaar. Splenectomie neemt echter nog een belangrijke plaats in.

Bij TTP is sprake van trombose in de microcirculatie en bloedingsneiging door trombocytopenie. De primair verworven vorm wordt veroorzaakt door autoantistoffen tegen het von Willebrandfactor (VWF) knippend eiwit ADAMTS-13. Hierdoor ontstaat ter plaatse van beschadigd endotheel het ‘ultra large’ von Willebrandfactor (UL-VWF) dat ontrolt met de bloedstroom, trombocyten bindt en erytrocyten hemolyseert (fragmentocyten + en DAGT -). TTP kan ook secundair zijn, bijvoorbeeld na stamceltransplantatie. De kliniek kan bestaan uit (vluchtige) neurologische uitval of mentale dysfunctie (hoofdpijn/sufheid), lichte nierinsufficiëntie en soms koorts. TTP neigt tot recidiverend verloop en onbehandeld is de prognose binnen enkele dagen tot weken ongunstig. De incidentie bedraagt 4 patiënten op 1 miljoen en treft vaker vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Uit de literatuur blijkt dat zwangerschap risicovol is voor moeder en kind.

Spoedige start en dagelijkse verwisseling van plasma van de patiënt (met UL-VWF en autoantistoffen) door donorplasma (met ADAMTS-13) in combinatie met prednison, vermindert mortaliteit <10%. Blijven trombocytenstijging en LDH-daling achterwege, dan kunnen ciclosporine A, rituximab of splenectomie bijdragen aan klinische respons.
Drs. J. Wolversheim, transfusiearts, Sanquin Bloedvoorziening
Dr. R. Fijnheer, hematoloog, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Data en locaties

De nascholingsmiddagen zullen worden gehouden op de volgende data en locaties:

            0 Dinsdag 13 maart, Meander Medisch Centrum, locatie de Lichtenberg, Amersfoort

            0 Dinsdag 20 maart, Amphia Ziekenhuis, locatie Langendijk, Breda

Programma

13.30 uur         Ontvangst met koffie/thee
14.00 uur         Opening NVML
14.05 uur         Interactieve nascholing
15.15 uur         Pauze
15.30 uur         Vervolg interactieve nascholing
17.00 uur         Afsluiting

Niveau

Post-hbo

UEC

Voor deze nascholingsmiddag ontvangt u 3 UEC.

Kosten

€ 58,- (NVML-leden kunnen persoonlijk € 30,- via de geld-terug-bon aanvragen)

Aanmelding

Met onderstaand formulier. Alleen volledig ingevulde formulier worden in behandeling genomen.
uiterste inschrijfdatum is 27 februari 2012.

 

NVML lid*