WHT-dag
De kleurrijke jungle van de histologie
-
-
-
Ontvangst
-
-
-
-
Opening
-
-
-
-
Onderwerp volgt
-
-
-
-
Koffie- en theepauze
-
-
-
-
Weefsel paraffineren of weefsels doorvoeren – meer dan een knopje op de machine indrukken
Meer informatie
Spreker: Erik Bleuel
Er was een tijd waarin weefsels niet alleen werden gefixeerd om bederf tegen te gaan, maar ook om ze harder te maken en zodat er gemakkelijker coupes van konden worden gesneden. Tegenwoordig wordt weefsel goed snijdbaar gemaakt door de impregnatie met paraffine en dient de fixatie vooral voor behoud van structuur en voorkoming van autolyse en niet meer primair om weefsel harder te maken.
Ruim 150 jaar geleden, in 1869, introduceerde Edwin Klebs de paraffine-inbedding door handmatig paraffine op weefsel te druppelen om weefsels beter snijdbaar te maken.
Tegenwoordig worden weefsels na fixatie en uitsnijden automatisch in een tissueprocessor geparaffineerd. Het lijkt een eenvoudig proces: rekjes met weefselstukjes (in cassettes) in de machine plaatsen, het juiste programma kiezen en starten maar. Na afloop van het programma zijn de weefselstukjes geparaffineerd.
Er zijn veel verschillende machines op de markt die het paraffineren van weefsels volgens vaste programma’s kunnen uitvoeren. Elke machine heeft zijn voor- en nadelen. Welke machine het beste is, moet ieder laboratorium echter zelf bepalen.
Wat je je wél kunt afvragen: wat gebeurt er eigenlijk in de machine? Welke stappen zijn nodig om het water in het weefsel te vervangen door paraffine? En is het resultaat na iedere procesgang wel hetzelfde?
Een van de chemische stoffen die vaak in het proces wordt gebruikt, is xyleen. Hoewel deze stof niet op de lijst van kankerverwekkende stoffen staat, werken veel mensen er liever niet mee. Moderne doorvoerprocessors zijn voorzien van filters en aangesloten op een afzuigsysteem waardoor de blootstelling aan xyleen wordt beperkt. Toch is het ook mogelijk om weefsels door te voeren zonder gebruik te maken van xyleen. Er bestaan verschillende soorten machines die weefsels zonder xyleen kunnen paraffineren. Maar hoe werkt dat precies?
Vragen, vragen, vragen…
Nu de antwoorden nog.
Kom naar de WHT-dag op 28 oktober voor de antwoorden.
Erik Bleuel
-
-
-
-
Haematoxyline en eosine; waar zijn we eigenlijk mee bezig?
Meer informatie
Spreker: Erik Bleuel
Haematoxyline is Europa al bijna 500 jaar bekend als kleurstofbron, terwijl eosine pas ruim 150 jaar geleden werd geproduceerd. Vrij snel na de productie van eosine ontstond de combinatie van beide stoffen in één kleuring, de haematoxyline-eosinekleuring, kortweg HE-kleuring. Tegenwoordig de meest gebruikte kleuring binnen de histologie.
We spreken altijd over een “haematoxylinekleuring”, maar eigenlijk is haematoxyline zelf helemaal geen directe kleurstof. Om effectief te kunnen kleuren, moet het eerst worden geoxideerd tot hemateïne en vervolgens worden gecombineerd met een meerwaardig metaalzout, zoals aluminium. Dat complex kennen we als haemaluin.
Na de haematoxylinekleuring moeten de coupes worden gespoeld in kraanwater: het zogenaamde “blauwen”. Maar waarom worden de celkernen eigenlijk blauw? Waar moet je op letten tijdens deze stap? En waarom lijken celkernen in een HE-kleuring vaak paars, terwijl ze in immunohistochemische kleuringen meestal blauw zijn?
Haematoxyline bindt voornamelijk aan DNA in de celkern en aan zure mucopolysacchariden. Toch roept juist deze kleuring veel vragen op. Moderne kleurmachines kunnen iedere stap tot op de seconde programmeren, maar voor haematoxyline moet bij iedere nieuwe batch vaak opnieuw worden bepaald hoe lang de kleuring optimaal moet duren. Voor eosine is dat meestal veel minder kritisch.
Haematoxyline wordt bovendien niet alleen gebruikt in de HE-kleuring. Er bestaan veel andere kleuringen waarin haematoxyline wordt gecombineerd met kleurstoffen die juist andere cellen of weefselcomponenten zichtbaar maken.
En eosine zelf? Ook daar valt genoeg over te vertellen. Er bestaan namelijk drie varianten: eosine Y, eosine B en eosine S. Maar waar staan die letters Y, B en S eigenlijk voor? Fluoresceïne is de basis van eosine, terwijl ook andere kleurstoffen van fluoresceïne zijn afgeleid. Hoe kleurt eosine aan?
Eosine wordt ook gebruikt in enkele andere kleuringen.
Vragen, vragen, vragen…
Nu de antwoorden nog.
Kom naar de WHT-dag op 28 oktober voor de antwoorden.
Erik Bleuel
-
-
-
-
Lunchpauze
-
-
-
-
Toepassing van enkele speciale kleuringen in de routinediagnostiek
Meer informatie
Spreker: Sigrid Pauwels, Customer Application Specialist, Agilent
Histochemische kleuringen vormen een onmisbaar hulpmiddel binnen de pathologie voor het visualiseren van specifieke weefselcomponenten en micro-organismen.
Door hun hoge specificiteit en diagnostische meerwaarde vormen ze een cruciale aanvulling naast de routine H&E-kleuringen, waardoor pathologen afwijkingen nauwkeuriger kunnen identificeren en karakteriseren.
De PAS-kleuring (Periodic Acid-Schiff) detecteert glycogeen, mucinen, basaalmembranen en schimmels door koolhydraatrijke structuren intens aan te kleuren. Wanneer de PAS-kleuring wordt uitgevoerd na diastasebehandeling (PAS-D), wordt glycogeen verwijderd, waardoor een onderscheid kan worden gemaakt tussen glycogeen en andere PAS-positieve substanties.
De Grocott-kleuring (GMS) is een zilverkleuring en de referentietechniek voor het aantonen van schimmels die als zwart gekleurde structuren contrasteren tegen een lichtgroene achtergrond.
De elastinekleuring visualiseert elastische vezels in bloedvaten, longweefsel en bindweefsel en ondersteunt de diagnostiek van vasculaire afwijkingen, emfyseem en sommige tumoren.
-
-
-
-
Kleur bekennen: de impact van formaldehydeveilig werken in de OK
Meer informatie
Spreker: Loes Musson, Viecuri
Groene Pathologie, duurzaamheid en veilig werken op OK en ondersteunde poli’s.
Formaldehyde is een carcinogene stof waar wij en onze aanvragers in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Op de labs is iedereen bekend met deze gevaren en wordt er alles aan gedaan om veilig met deze stof te werken.
Om voor iedereen een veilige werkplek te creëren bestaat de mogelijkheid om formaldehyde vrij te werken op de OK en zijn er voor de poli’s ook formaldehyde veilige oplossingen.
In deze presentatie zal ik de impact op de Pathologie benoemen.
Wat houdt dit in voor de workflow en waar lopen we tegenaan.
-
-
-
-
Koffie- en theepauze
-
-
-
-
Onderwerp volgt
-
-
-
-
Veterinair en Pathologie
-
-
-
-
Borrel met gelegenheid tot netwerken
-